Wordt circulariteit binnen vijf jaar een standaard onderdeel van iedere installatie-oplossing?
Laurens Hooijschuur, vestigingsleider bij OSH, is ervan overtuigd dat circulariteit de komende jaren een vaste plek krijgt binnen het ontwerp en de realisatie van installaties. Niet omdat iedere installatie over vijf jaar volledig circulair zal zijn, maar omdat circulariteit een onmisbaar onderdeel wordt van de keuzes die we maken.
Circulariteit betekent namelijk meer dan materialen aan het einde van hun levensduur recyclen. Door de principes als Refuse, Re-think en Re-use uit de R-ladder toe te passen, verschuift de aandacht van vervangen naar behouden en optimaal benutten. Volgens Laurens helpt het om daarbij vragen te stellen als:
- – Wat kunnen we behouden?
- – Hoe kunnen we de levensduur verlengen?
- – Wat moet daadwerkelijk worden vervangen?
- – Kan een onderdeel later afzonderlijk worden gerepareerd of vernieuwd?
- – Kunnen materialen en componenten na gebruik opnieuw worden ingezet?
De grootste winst ligt vaak in renovatieprojecten
Vooral bij renovaties liggen grote kansen. De meest circulaire installatiecomponent is vaak het onderdeel dat je niet hoeft te vervangen. Bestaande leidingen, radiatoren, afgiftesystemen en technische infrastructuur kunnen regelmatig behouden blijven, mits de technische staat en toekomstige inzet dat toelaten. Dat bespaart niet alleen grondstoffen en CO₂, maar vaak ook montagetijd, overlast en kosten.
Ontwerpen voor een langere levensduur
Bij nieuwe installaties vraagt circulariteit om andere ontwerpkeuzes. Denk aan modulaire systemen, goed bereikbare componenten, demontabele verbindingen, langdurige beschikbaarheid van reserveonderdelen en betrouwbare informatie over materialen en milieuprestaties. Niet alleen het rendement bij oplevering telt, maar ook de vraag hoe de installatie over tien, vijftien of twintig jaar kan worden onderhouden, aangepast of hergebruikt.
Ook koudemiddelen maken het verschil
Ook de keuze voor het koudemiddel speelt daarin een rol. De Europese F-gasregelgeving versnelt de beweging weg van veel fluorhoudende koudemiddelen. Daardoor worden natuurlijke koudemiddelen zoals R290 steeds relevanter. Een toekomstbestendig koudemiddel voorkomt dat een technisch goed functionerende installatie voortijdig moet worden aangepast of vervangen vanwege veranderende regelgeving.
Laurens benadrukt: ‘Een warmtepomp met R290 is niet automatisch circulair. Daarvoor moet ook het product zelf repareerbaar, demontabel en langdurig ondersteund zijn.’ Circulariteit ontstaat dus niet door één duurzaam component te selecteren, maar door het volledige systeem en de volledige levenscyclus te bekijken.
Samenwerken aan toekomstbestendigheid
Dat vraagt om samenwerking vanaf de eerste ontwerpfase. Installateurs, adviseurs, leveranciers en opdrachtgevers moeten niet alleen bepalen welke techniek vandaag functioneert, maar ook welke oplossing op lange termijn haar waarde behoudt. ‘Hier ligt ook onze rol als OSH’, aldus Laurens. ‘Wij helpen partners om opwekking, overdracht, distributie en afgifte als één samenhangend systeem te benaderen. Niet uitsluitend gericht op de laagste investering of het hoogste rendement van vandaag, maar op een installatie die efficiënt, onderhoudbaar, aanpasbaar en toekomstbestendig is’.
Geen aanvulling, maar een kenmerk van een goed ontwerp
De conclusie van Laurens is duidelijk. ‘Circulariteit wordt binnen vijf jaar een standaard ontwerpcriterium. Niet omdat iedere installatie dan al volledig circulair is, maar omdat we het ons steeds minder kunnen permitteren om installaties te ontwerpen zonder rekening te houden met hun volledige levensduur. Circulariteit is daarmee geen aanvulling op een goed ontwerp. Het wordt een kenmerk van een goed ontwerp.’
